De carrièreladder beklimmen on your own terms: in ‘MEIDEN aan de macht’ spreken we mensen met de leukste, spannendste en bijzonderste banen.
Deze keer: Lotte den Ouden (20), Nederlands kampioen oestersteken 2024.
Viskar
Al op jonge leeftijd heeft Lotte een duidelijke droom: een eigen bedrijf in de foodbranche. “Ik heb altijd met eten willen werken. Op mijn veertiende begon ik bij een viskar, waar mijn zus eerst werkte. Toen zij naar de VS vertrok, ben ik ingesprongen en nooit meer gestopt. Mijn passie voor vis is daar echt gegroeid.”
Afgelopen jaar rondde ze haar opleiding tot meewerkend horecaondernemer af. “Ik heb daar alles geleerd over ondernemen en zelfs een ondernemersplan geschreven voor een vishandel. Tijdens mijn studie heb ik stage gelopen in de horeca, waaronder in een visrestaurant. Dat was een waardevolle ervaring.”
Nederlands kampioenschap
Tijdens haar tweedejaars stage in visrestaurant Bru17 kwam ze in aanraking met oestersteken. “Ik werd op de koude kant gezet en moest dagelijks veel oesters steken. In het begon kon ik er niks van, maar al doende werd ik steeds beter. Mijn chef had het Nederlands kampioenschap al vier keer gewonnen en zag potentie in mij. Twee weken voor het NK zei hij dat ik een kans had om te winnen als ik meedeed. Ik twijfelde, maar dacht uiteindelijk: waarom niet? Dus heb ik me opgegeven. Twee weken later was ik ineens Nederlands kampioen. Het voelt nog steeds bizar.”
Bij het NK stonden achttien deelnemers tegenover elkaar. “We moesten platte oesters openen en kregen strafseconden als we het vlees kapot staken of gruis achterlieten. Uiteindelijk bepaalt je eindtijd wie wint. Na mijn ronde kwamen mensen naar me toe die dachten dat ik had gewonnen. Toch besefte ik het pas écht toen ik anderhalve week later in het vliegtuig naar Ierland zat om Nederland te vertegenwoordigen op het WK.”
Ierland
Het WK in het Ierse Galway was een bijzondere ervaring, deelt Lotte. “Je loopt met de Nederlandse vlag door de stad terwijl ons volkslied speelt – een herinnering op zich. Mijn vader en broer waren mee, maar het mooiste vond ik om alle andere deelnemers te leren kennen. Er is vijf minuten strijd op het podium, maar verder voelt het als een grote familie.”
Lotte presteert niet zo goed in Ierland als op eigen bodem. “Bij de eerste oester stak ik per ongeluk in mijn duim, waardoor ik bloed in de oester kreeg en strafseconden opliep. Tijdens het steken was ik boos en teleurgesteld – ik steek echt nooit in mijn duim. Zonder die fout had ik sneller kunnen zijn. Toch had ik uiteindelijk de minste strafseconden op de oesters zelfs. In totaal heb ik dertig oesters gestoken en voor mijn leeftijd is dat een mooie prestatie, maar niet genoeg om te winnen.”
Op het WK was de 20-jarige slechts één van twee deelnemende vrouwen. Oestersteken is een door mannen gedomineerde wereld, maar dat heeft Lotte bij het WK niet als intimiderend ervaren. “Ik was eerder gemotiveerd. Samen met de andere, vrouwelijke deelnemer heb ik veel gelachen. Ze vertelde dat zij twee jaar geleden de enige vrouw daar was. Het voelt krachtig om daar je plekje te claimen en het geeft veel energie om als vrouw je mannetje te staan.”
Parels
Ze mag dan het NK hebben gewonnen én meegedaan hebben met het WK, maar Lotte heeft geen speciale techniek voor het oestersteken. “Er zijn meerdere manieren, maar ik vind het vooral belangrijk dat je secuur werkt. Als ik nieuwe collega’s inwerk, zeg ik altijd: ‘Liever langer de tijd nemen dan gehaast een oester kapot steken.’ Gruis vermijden en het vlees intact houden, dát is de kunst. Snelheid komt vanzelf als je veel uren maakt.”
Tijdens haar werk heeft ze al duizenden oesters opengemaakt, maar een parel heeft ze nog nooit gevonden. “Op een zomerdag steek ik zo’n honderd tot honderdvijftig oesters. Helaas heb ik nog nooit een parel gevonden, maar soms zitten er wel baby-oesters aan de oester vast. Wat ik zou doen als ik wél een parel zou vinden? Volgens de regels moet je hem laten liggen voor de gast, maar sommigen zeggen dat je hem mag houden. Ik hoop dat ik dit nog een keer ga meemaken, want het is wel heel bijzonder.”
Geen fan
Opvallend genoeg eet Lotte zelf niet veel oesters. “Ik lust ze wel, maar ben geen mega fan. De eerste keer dat ik er eentje at, was pas toen ik Nederlands kampioen werd. Drie keer per jaar vind ik dan ook genoeg. Vis eet ik vaker, maar ook niet overdreven veel. Ik ben eigenlijk ook een vleesliefhebber.”
Voor de toekomst houdt ze haar opties open. “Voorlopig zit ik goed bij het restaurant waar ik werk. Als ik ooit verder ga, wil ik beter leren fileren, misschien bij een groothandel of weer op de viskar. En een stukje verder in de toekomst wil ik mijn eigen bedrijf opzetten, maar dat heeft geen haast. Eerst nog een keer meedoen aan het NK en dan zie ik wel waar het schip strandt.”